Niveau A1
(Beginnersniveau)
Beginners 1 (A1.1)
Deze cursus is voor
studenten die voor het eerst Spaans leren. U leert de
fundamentele grammatica en zinsopbouw van de Spaanse taal. Men leert o.a. de Spaanse
uitspraakregels en alle woorden correct uitspreken - begroeten en reageren op begroetingen - uzelf voorstellen
(naam, woonplaats, nationaliteit, leeftijd, studie, hobby’s, werk, telefoonnummer, e-mail) en deze gegevens ook aan
de ander vragen - alle getallen in het Spaans (actief en passief) - uzelf en anderen beschrijven (uiterlijk en
karakter) - vertellen over uw familie en vragen stellen over de familie van de ander - zeggen wat u leuk en niet leuk vindt - vragen naar de tijd, zelf de tijd aangeven en
vragen naar begin- en eindtijden, openingstijden en dienstregelingen (bus, trein) - de dagen van de week - plaatsen
(stad, wijk, dorp) identificeren en beschrijven - routebeschrijvingen en andere vaardigheden. U verkrijgt ook
een basisbegrip van de Spaanse en Latijns-Amerikaanse cultuur en maatschappij.
Beginners 2 (A1.2)
Deze cursus is voor studenten die een basisbegrip van
de Spaanse taal hebben. U verbetert uw grammatica en vocabulaire en u leert o.a. uzelf uitdrukken in
verschillende communicatieve situaties, zoals levensmiddelen inkopen - klokkijken - iets in een bar of restaurant bestellen -
kleding, kleuren en materiaal aangeven - in een winkel ergens naar
vragen, zeggen wat je wilt en
kopen - vergelijkingen stellen - refereren aan dagelijkse handelingen in het heden -
frequentie en duur uitdrukken van activiteiten of handelingen - ergens mee instemmen of tegenspreken -
over huishoudelijke activiteiten praten - inlichtingen inwinnen over vrijetijdsbestedingen - ervaringen uit
het nabije verleden vertellen (Perfecto) - toekomstplannen uitdrukken, enz. U krijgt een breder beeld van de Spaanse en
Latijns-Amerikaanse cultuur en maatschappij.
Beginners 3
(A1.3)
Deze cursus is bestemd
voor diegenen die al een ondergrond Spaans hebben. Na afloop van deze
cursus bereikt u het A1 niveau,
waarop u zich reeds zelfstandig kunt redden in een aantal praktische situaties in een Spaanstalig
land. Behandelde vaardigheden zijn onder andere: u mening uiten - het verschil tussen 'ser' en
'estar' kennen - verrassing, vreugde en verdriet uitdrukken - de dagelijkse routine beschrijven - over
vrijetijdsactiviteiten praten - een voorstel doen, aannemen of afwijzen - over familie praten - een tijdstip
en plaats afspreken - iemands uiterlijk en karakter beschrijven - over het weer, maanden en seizoen praten -
reserveringen maken in een hotel - een telefoongesprek voeren - inlichtingen inwinnen bij een reisbureau -
een reis boeken - een brief schrijven - praten over reizen en vakanties - praten over ervaringen en
gebeurtenissen uit het verleden (Indefinido), enz.
|