Niveau A2 (Lichtgevorderden)
Lichtgevorderd 1 (A2.1)
Dit niveau is voor studenten die een algemeen begrip van de Spaanse
taal en structuur hebben en beschikken over een goede basis vocabulaire. Door het verbeteren van je begrip van de
taal zul je effectiever leren communiceren. Behandelde onderwerpen zijn onder andere: een overzicht hebben van de
verschillende verleden tijden (Perfecto, Indefinido, Imperfecto) - vertellen over gebeurtenissen uit het verleden -
beschrijven van situaties en gewoontes uit het verleden - een verhaal structureren - huizen en woningen beschrijven
- een huis huren en informatie inwinnen - aanwijzingen geven (Imperativo) - over voeding praten - lichaamsdelen en
gezondheid - begin, voortzetting en einde aangeven - hypothetische situaties en adviezen uitdrukken
(Condicional), enz.
Lichtgevorderd 2 (A2.2)
Dit niveau is voor studenten die een vrij goede kennis van het Spaans hebben.Je zult de sprong maken van jezelf
uitdrukken op functioneel niveau naar een meer vloeiend gebruik van de taal.
Behandelde vaardigheden zijn onder andere: iemand uitnodigen, een uitnodiging aannemen of afslaan - iets te eten of
te drinken aanbieden en daarop reageren - iemands feliciteren, bedanken voor een cadeau en daarop reageren - in een
hotel een probleem beschrijven, klagen en op klachten reageren - naar iemands gezondheid vragen, ziektesymptomen
beschrijven bij de dokter en aanwijzingen geven - in de apotheek om een medicijn vragen - een bureau beschrijven,
kantoorartikelen noemen en een computer bedienen - spreken over prioriteiten - beroepen beschrijven en werkplekken
noemen - een sollicitatiebrief schrijven - karaktereigenschappen en vaardigheden noemen - een begrip omschrijven -
over toekomstige handelingen en gebeurtenissen praten (Futuro) enz.
Lichtgevorderd 3 (A2.3)
Dit niveau is voor studenten die een goede kennis van de Spaanse taal hebben en zijn uitdrukkingsvaardigheden
willen uitbreiden. De cursist bereikt het niveau waarop hij in een normaal tempo gesprekken kan voeren. Behandelde
vaardigheden zijn onder andere: vermoedens uiten - levensfases beschrijven - handelingen uit het verleden
beschrijven die voor andere handelingen hebben plaatsgevonden (Pluscuamperfecto) - gebeurtenissen in de tijd
plaatsen - iemand iets toewensen en over wensen en doelen spreken (Subjuntivo) - contrast aangeven - bewegingen en
gebaren beschrijven - aanwijzingen en tips geven - overeenkomsten beschrijven enz.
|